De afgelopen periode bereikte ons het verdrietige bericht dat Ako is overleden.
Ako, één van de jongens die destijds de aanleiding vormden om het werk van Coming Home te beginnen.
Het einde van zijn leven was net zo triest als het leven dat hij heeft geleid. Hij werd gevonden, verbrand in of naast een vuilcontainer. De toedracht is onduidelijk. Niemand weet of het vuur is aangestoken, of het een ongeluk was, of hij nog bij kennis was, sliep of onder invloed verkeerde. Ook over zijn begrafenis is weinig bekend. Volgens een broer heeft hij Ako begraven, maar hij wil niet vertellen hoe of waar. Het gebeurde begin dit jaar, en pas weken later bereikte het nieuws ons. Onze bron, Eugen, nog steeds mijn kapper, hoorde het weer via anderen. Op een lokale nieuwssite vonden we een kort bericht, zonder verdere details.
In een gesprek met Eugen blikten we samen terug. We vroegen ons af of we meer hadden kunnen doen. We hebben alles geprobeerd, maar konden hem, en enkelen zoals hij, niet echt helpen. We konden alleen hun dag een beetje beter maken, door een gesprek, wat eten te kopen of kleding te geven. En als we dat niet deden, dan overleefden ze het ook. Hun jeugd, verslaving en het harde leven op straat hadden diepe sporen achtergelaten. Met de middelen die in Roemenië beschikbaar zijn, was echt herstel eigenlijk buiten bereik.
Een kleine troost is dat de generatie van Ako waarschijnlijk de laatste is die in zulke aantallen op straat is opgegroeid. De situatie in de achterstandswijken blijft zorgwekkend, maar de omstandigheden zijn wel iets verbeterd. Er zijn nog steeds veel kinderen die in diepe armoede opgroeien, maar nauwelijks meer die al jong volledig op straat belanden, zoals toen.
Mijn dierbaarste herinnering aan Ako is een bezoek, samen met Jean, in de gevangenis waar hij een paar jaar geleden vastzat. Daar zagen we hem helder, schoon, nuchter, even vrij vanbinnen.
Daan



